2kindjes

 

 

                 

herma carenza 2

Moeder van een dochter van negentien (2)

Ze heeft gesolliciteerd op een horecabaan in een oeroud dorpje op de Veluwe. Geen trein, geen bus of tram zijn in staat om haar naar dit afgelegen oord te brengen.


 

Of ik haar maandag wil brengen met de auto, maandag, na mijn werk. Allang blij, dat zij initiatief tot werken toont, wil ik haar natuurlijk graag brengen. Nu is het donderdagavond en zij vertrekt naar een vriendin die ik alleen uit de verhalen ken.

De volgende ochtend zie ik haar omafiets niet voor het huis staan. Vlak voor het avondeten een sms'je: "Sorry, zij is net wakker geworden en zij eet niet mee". Zaterdagochtend weer geen meisjesfiets voor het huis. 's Avonds geen sms'je om zich af te melden voor het avondeten. Een computerstem meldt, dat haar mobiele telefoon al dan niet tijdelijk buiten gebruik is. Ik ben het één en ander gewend, dus lig ik ook hier niet wakker van.
Zaterdagavond krijg ik een familiebericht, dat één van mijn broers gaat sterven en dat we zondag afscheid kunnen nemen. Weer neemt zij haar mobiel niet op. Ik stuur een sms'je met de vraag of zij de volgende dag meegaat, voor het laatst naar haar oom. Nog een sms'je. Geen respons. Ik voel mij inmiddels ijskoud om mijn hart van teleurstelling.
Zondag vertrek ik met twee andere kinderen naar mijn doodzieke broer. We nemen voorgoed afscheid van hem. 's Avonds weer geen bericht van mijn jongste dochter. Ik –boos vanbinnen- laat ook niets van me horen.

Maandagmiddag kom ik om twee uur in de namiddag terug van mijn werk. Voor de deur staat de vertrouwde zwarte omafiets. "Gelukkig, die leeft dus nog", denk ik bij mezelf. Het zal mij benieuwen of zij nog gaat solliciteren. Ik durf er wat om te verwedden, dat zij zal proberen om mij "toevallig" tegen het lijf te lopen waarna ik natuurlijk moet informeren of madame nog weggebracht moet worden.
Het loopt precies zoals ik verwacht had: nog geen minuut nadat ik in de keuken was, zie ik een etage hoger een paar gestreepte meisjeskousenvoeten de trap af komen. Zij rommelt luidruchtig in de keuken, zodat ik wel horen moet, dat zij thuis is. Ik laat me niet zien; vind, dat zij over de brug moet komen. Zij verdwijnt weer naar boven. Ik kan haar onrust haast lijfelijk voelen: brengt mama me nou wel of niet weg naar de Veluwe?

Het is inmiddels 14.20u. Om 15.00u wordt zij verwacht op haar –mogelijk- nieuwe werkplek. Het is een half uur rijden hiervandaan. In de keuken maak ik nog snel een kop thee voor mezelf klaar. Voor het geval ze me toch zal vragen om haar weg te brengen. Amper ben ik verdwenen, of daar komt een paar meisjeslaarzen de trap af. Weer wordt er een hoop misbaar en gerommel met serviesgoed in de keuken gemaakt. Ik voel tot in mijn tenen, hoe zij zich afvraagt, waarom mama niet komt om te vragen of zij niet moet solliciteren. Maar zij vertrekt weer naar boven.

Nu is het 14.40u. Te laat om nog te gaan. Ik maak me net klaar om een lekker tukje op mijn bed te gaan doen, als er op de slaapkamerdeur wordt geklopt: of we nog naar de Veluwe gaan.
Yes! Zij heeft zichzelf overwonnen. Ik speel de vermoorde onschuld. Mopperend op haar, dat het nu eigenlijk te laat is en dat ze een half uur eerder had moeten komen, stappen we in de auto. Zij is zo laat, zegt ze, omdat ze nog allerhande formulieren had moeten invullen. Ik weet wel beter.
In de auto zeggen we beiden geen stom woord. Af en toe kijk ik opzij en ik zie alleen haar wilde bos haren, geconcentreerd gebogen over haar mobiel waarop blijkbaar nonstop ge-sms't of een spelletje gespeeld wordt. Haar rappe vingers vliegen over de toetsen. Ik snap het wel: boos op mij omdat zij heeft moeten vragen om haar weg te brengen.

Ze houdt het vol tot het schattige Middeleeuwse dorpje op de Veluwe. Een tiental huizen met een kerk, omringd door weilanden vol paarden. In het midden van het dorpje de uitspanning, waar ze hopelijk in de bediening zal gaan. Ze heeft geen woord gezegd. Niets over mijn stervende broer en over hoe erg ze dat vindt. Niets over 4 dagen ondergedoken zitten zonder bericht. Niets over het avondeten dat ik heb moeten weggooien. Niets over wat ze heeft uitgevoerd. Zij is beledigd.

Zij is aangenomen voor de baan in het oeroude dorpje op de Veluwe. Zij zal daar elk weekend gaan werken en mag daar dan overnachten. Het zal mij benieuwen, hoe lang mijn wereldse dochter het volhoudt in het hotel-restaurant tussen bossen, heide en weilanden.
Tot op de dag van vandaag, heeft zij geen verklaring afgelegd over haar gedrag. Tot op de dag van vandaag heb ik niet gevraagd, wat zij heeft uitgespookt en waarom zij mij zo heeft laten zakken. Beiden doen we gewoon alsof er niets aan de hand is. Zij is wel meegegaan naar de crematie van mijn broer. Zij heeft lief aangeboden om te koken op een dag dat ik langdurig weg moest. Laat ik dat maar interpreteren als excuus en verder geen slapende honden wakker maken. Want als ik iets zou durven zeggen, loop ik het risico dat zij wegloopt met slaande deuren. En dan weet ik misschien wel nooit meer waar zij is.

HvE

Go to top

Copyright © 2013 LOGA. Alle rechten voorbehouden.